ZAS Labgids - eiwitelectroforese
Trefwoorden:eiwitelectroforese, paraproteïne -- eiwitelectroforese
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| STAALTYPE | Serum |
| RECIPIËNT | Serumgel OKER DOP |
| ACTIVITEITENCENTRA | MI |
| IN HIX AANVRAAGBAAR | JA, standaard |
| AFNAME-HOEVEELHEID | 2,6 ml |
| ALGEMENE OPMERKINGEN | Inbrengcode:
1612 indien geen verdere specificaties
1610 indien 'gekende monoklonale gammopathie'. |
| TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL | |
| TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS | |
| METHODE | |
| UITVOERFREQUENTIE | Alle werkdagen (uitgezn zat/zon/feestd) |
| MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) | |
| BIJ-AANVRAGEN | |
| ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) | Nee |
| RIZIV-REGELS | CR11: De verstrekkingen 540131-540142, 540455-540466 en 540971-540982 mogen onderling niet worden gecumuleerd |
| RIZIV-NOMENCLATUUR | 540455 |
| NON-RIZIV AANREKENING | |
| BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING |
| klinische fiche eiwitelectroforese in Serum |
|---|
Serumeiwitten kunnen door capillaire zone elektroforese gescheiden worden in hun vijf voornaamste fracties : albumine; alfa-1-globulines; alfa-2-globulines; beta-globulines en gamma-globulines. De voornaamste indicatie voor de eiwitelektroforese is het opsporen van extra eiwitfracties (M-proteïnen of paraproteïnen), dewelke nadien geïdentificeerd kunnen worden ahdv een immuunfixatie. Veel ziektebeelden gaan gepaard met een verandering in het eiwitelektroforese patroon. Een specifieke toename of afname van één of meer fracties komt onder meer voor bij inflammatie, levercirrose, nefrotisch syndroom, malnutritie en monoklonale gammopathie.
Interferenties: Aanwezigheid van antibiotica geeft een interferentie in de alfa2 of betafractie. Indien de bloedafname gebeurt na toediening van contrastvloeistof geeft dit eveneens een interferentie in de alfa2-fractie. Hemoglobine geeft een interferentie op de alfa-2 en/of de beta-fractie bij een concentratie van 50 mg/dl. Serum met een concentratie tot 30 mg/dl bilirubine geven geen interferentie. Stalen met hoge lipideconcentraties vertonenen evenens afwijkende elektroforsepatronen. |
| Referentiewaarden: eiwitelectroforese in Serum | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Detail | Referentiewaarde | Variabelen | Geslacht | Leeftijden | Opm. | Volgorde |
| eiwitelectroforese in Serum | 35,7-54,9 g/l | albumine | Beide | 18-99jr | 1 | |
| eiwitelectroforese in Serum | 1,9-4,1 g/l | alfa-1-globulines | Beide | 18-99jr | 2 | |
| eiwitelectroforese in Serum | 4,5-9,8 g/l | alfa-2-globulines | Beide | 18-99jr | 3 | |
| eiwitelectroforese in Serum | 5,4-10,9 g/l | beta-globuline | Beide | 18-99jr | 4 | |
| eiwitelectroforese in Serum | 7,1-15,6 g/l | gamma-globulines | Beide | 18-99jr | 5 | |