ZAS Labgids - Calcium

Trefwoorden:calcium

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Serum
RECIPIËNT Serumgel OKER DOP
ACTIVITEITENCENTRA JP, MI, CA, SA, SV
IN HIX AANVRAAGBAAR JA, standaard
AFNAME-HOEVEELHEID 6mL
ALGEMENE OPMERKINGEN
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS
METHODE Complexvorming, colorimetrische detectie
UITVOERFREQUENTIE 24/24
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport)
BIJ-AANVRAGEN Maximaal 7 dagen
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 540190
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche Calcium in Serum
Klinisch toepassingsgebied: De calciumconcentratie in het serum wordt nauwgezet geregeld op drie niveaus: -modulatie van de tubulaire reabsorptie van calcium in de nier -regulatie van de intestinale absorptie -controle van de beenderresorptie De hoeveelheid calcium in serum maar ook in urine is afhankelijk van deze 3 processen. Het skelet bevat 98% van het calciumreserve. Calciumionen spelen een belangrijke rol in de transmissie van zenuwimpulsen en in het in stand houden van de normale spiercontractie. De dosage van circulerend calcium in serum wordt frequent aangevraagd in het kader van een algemeen biologisch bilan, zonder specifieke symptomatologie voor hyper- of hypocalciëmie. Een matige hypercalciëmie (als gevolg van primaire asymptomatische hyperparathyroïdie) wordt vaak eerder toevallig ontdekt. Dosering van calcium wordt eveneens aangevraagd bij een symptomatologie suggestief voor hypercalciëmie (polyurie en polydipsie, asthenie, anorexie, constipatie, bewustzijnsverandering), een hypercalciurie (urinaire lithiasis, nefrocalcinose) of een hypocalciëmie (krampen, convulsies). De calciëmie wordt beïnvloed door orale inname van calcium, houding van de patiënt tijdens de bloedname (lager in liggende houding door hemodilutie) en door langdurig aanleggen van de knelband (hemoconcentratie). Principe: Het staal wordt automatisch gepipetteerd op de CA-'slide' en gelijkmatig verdeeld over de spreidingslaag alsook naar de onderliggende lagen Gebonden calcium wordt gedissocieerd van zijn bindingseiwitten zodat de vrije calciumionen kunnen diffunderen naar de onderliggende reagenslaag waar met arsenazo III kleurstof een complex wordt gevormd. Na incubatie wordt het gevormde kleurcomplex gemeten met reflectometrie bij 680 nm. De concentratie van dit complex is proportioneel aan de concentratie van calcium in het staal. Verhoogde waarden: - Tumoren : met botaandoeningen en in geringere mate zonder botaandoeningen bij M. Kahler, niercarcinoom, gemetastaseerd mammacarcinoom, longcarcinoom, … - Bij schildklier : primaire hyperthyroïdie, lagdurig gebruik van lithium, bijschildkliercarcinoom - Vit D intoxicatie, sarcoïdose - Geringe verhoging bij langdurige stuwing of staande (ipv.liggende) houding bij bloedafname Verlaagde waarden: - Vit D deficiëntie (malabsorptie, ondervoeding, chronische nierinsufficiëntie) - Verminderde uitscheiding of verminderde werking van PTH (bijv. bij alcoholintoxicatie, na parathyroïdectomie of thyroïdectomie, magnesiumdeficiëntie - Bepaalde geneesmiddelen bijv. Anti-epileptica - Recalcificatie van osteolytische skeletmetastasen onder invloed van therapie - verlaagde albumine Interferenties: - Beschermende handschoenen vervaardigd met Ca carbonaat kunnen verhoogde waarden geven agv contaminatie - Gebruik geen bloed van patiënten met EDTA-therapie - Suramine geeft een negatieve bias. Bloed van patiënten welke Hypaque (radiografische contrastvloeistof) krijgen, mag niet gebruikt worden.
Referentiewaarden: Calcium in Serum
Detail Referentiewaarde Variabelen Geslacht Leeftijden Opm. Volgorde
Calcium in Serum 1,90-2,60 mmol/L Beide 0-9D 1
Calcium in Serum 2,25-2,75 mmol/L Beide 10-365D 2
Calcium in Serum 2,25-2,75 mmol/L Beide 1-1Y 3
Calcium in Serum 2,20-2,70 mmol/L Beide 2-11Y 4
Calcium in Serum 2,10-2,55 mmol/L Beide 12-17Y 5
Calcium in Serum 2,15-2,50 mmol/L Beide 18-59Y 6
Calcium in Serum 2,20-2,55 mmol/L Beide 60-89Y 7
Calcium in Serum 2,05-2,40 mmol/L Beide 90-99Y 8

Ga terug