ZAS Labgids - HLA ABC antistoffen (hematologie)

Trefwoorden:HLA AB antistoffen, HLA ABCw antistoffen, HLA klasse I antistoffen voor hemato-patiënten, As tegen HLA-ABC

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Serum
RECIPIËNT Serumgel OKER DOP
ACTIVITEITENCENTRA MI
IN HIX AANVRAAGBAAR JA, standaard
AFNAME-HOEVEELHEID serumtube
ALGEMENE OPMERKINGEN

Bij patiënten met refractaire trombopenie.

TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL Kamertemperatuur
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS Kamertemperatuur
METHODE flowcytometrie
UITVOERFREQUENTIE Alle werkdagen (uitgezn zat/zon/feestd)
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) 3d
BIJ-AANVRAGEN
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 555553
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche HLA antistoffen in Serum
Klinisch toepassingsgebied: Antilichamen tegen HLA klasse I (HLA A, B en C) kunnen ontstaan tijdens de zwangerschap, na transfusie van bloedproducten en na orgaantransplantatie. De aanwezigheid van IgG antistoffen tegen HLA van de donor kan een contra-indicatie zijn voor orgaantransplantatie. Door de aanwezigheid van HLA antistoffen kan afstoting van het getransplanteerde orgaan optreden tot verschillende jaren na de transplantatie. HLA IgM antistoffen en non-HLA antistoffen zijn geen contra-indicatie voor orgaan transplantatie. Bloedplaatjes bevatten HLA klasse I antigenen zodat patiënten die antistoffen ontwikkeld hebben tegen HLA klasse I refractair kunnen worden aan transfusie met ‘pool’ bloedplaatjes. De opsporing van HAL klasse I antistoffen bevestigd bij de patiënten de reden van refractair zijn aan ‘pool’plaatjes zodat besloten kan worden om aan deze patiënten in de toekomst enkel nog HLA klasse I compatiebele plaatjes toe te dienen waarvan de opbrengst beter is aangezien de patiënten hiertegen geen antistoffen bezitten. Patiënten van de dienst hematologie, waarvan kan worden aangenomen dat ze op regelmatige basis transfusies met bloedplaatjes zullen ontvangen, dienen ongeveer om de veertien dagen te worden gescreend op HLA klasse I antistoffen zodat het probleem op voorhand wordt geïdentificeerd en de nodige stappen (HLA klasse I typering) op voorhand kunnen worden ondernomen. Verhoogde waarden: nvt Verlaagde waarden: nvt. Interferenties: Indien de patiënt gammaglobuline preparaten toegediend heeft gekregen kort voor de bepaling kunnen de in dat preparaat aanwezige antistoffen tegen HLA klasse I interfereren met de bepaling en zo vals positieve resultaten veroorzaken. Opmerkingen: nvt. Interpretatietabel: Er wordt enkel neg en pos geantwoord.

Ga terug