Klinisch toepassingsgebied: Hepatitis B is een groot wereldwijd gezondheidsprobleem met naar schatting meer dan 300 miljoen dragers. Een infectie met het hepatitis B virus kan een breed spectrum van klinische manifestaties opleveren, zowel in de acute als in de chronische ziekte. Epidemiologische studies hebben een duidelijke link kunnen leggen tussen chronische hepatitis B en het ontstaan van levercarcinoom. HBV infecties leveren een reeks van unieke Ag en Al op dewelke een bepaald serologisch patroon opleveren. Het bepalen en opvolgen van deze parameters maakt een diagnose, het bepalen van het stadium en een mogelijke prognose mogelijk. HbeAg is een klein polypeptide welke gevonden wordt in vrije vorm in het serum van HBV-geïnfecteerde personen. Het verschijnt kort na de stijging van HBsAG en is detecteerbaar in stalen, genomen in het vroege stadium van de acute HBV besmetting en bij sommige chronische dragers. Tijdens dit vroege stadium is anti-HBe nog niet detecteerbaar. De aanwezigheid van HBeAg in serum is een sterke indicatie voor hoge infectiviteit (~surrogaat voor virale replicatie), zowel bij verticale als horizontale transmissie van HBV. Seroconversie treedt meestal op voor de verschijning van HBsAL, en de infectiviteit tijdens deze fase is niet duidelijk. Wanneer de titer voor anti-HBe stijgt zal de HBeAg-titer dalen en uiteindelijk volledig verdwijnen. HBeAg dat gedurende meer dan 10 weken aantoonbaar blijft, is indicatief voor de transitie naar een persisterende infectie. Seroconversie naar HBeAl suggereert het einde van actieve virale replicatie en is daarom geassocieerd met ofwel klinische resolutie (zelf-limiterend) of remissie (chronische ziekte). Behandeling van HBeAg positieve patienten met a-interferon kan dikwijls een seroconversie induceren. De monitoring van de anti-HBe en HBeAg status laat toe om een seroconversie te detecteren, welke belangrijk is voor de behandeling – opvolging van de HBV besmetting. LET OP!: HBV infecties kunnen voorkomen zónder detecteerbaar HBeAg tgv infecties met HBV varianten die precore stopcodon mutanten bevatten: terwijl het virus geen HBeAg meer kan produceren, is de ziekte activiteit wel nog gaande en kàn er anti-HBe aanwezig zijn. Interferenties: bij patiënten die hoge doses biotine (>5 mg per dag) innemen, dient de staalafname minstens 8h na de laatste toediening te gebeuren. |