ZAS Labgids - Hepatitis C antilichamen
Trefwoorden:HCV antilichamen, Hepatitis C virus AL, anti-HCV
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| STAALTYPE | Serum |
| RECIPIËNT | Serumgel OKER DOP |
| ACTIVITEITENCENTRA | MI |
| IN HIX AANVRAAGBAAR | JA, standaard |
| AFNAME-HOEVEELHEID | 2,6 ml |
| ALGEMENE OPMERKINGEN | |
| TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL | Kamertemperatuur |
| TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS | Kamertemperatuur |
| METHODE | Immunochemie (ECLIA) |
| UITVOERFREQUENTIE | Dagelijks |
| MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) | 24h |
| BIJ-AANVRAGEN | zie stabiliteit aub |
| ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) | Ja |
| RIZIV-REGELS | CR328: Serologie virussen (betreft volgende nummers: 437010-437021, 437032-437043, 437054-437065, 437076-437080, 437091-437102, 437113-437124, 551154-551165, 551250-551261, 551272-551283, 551316-551320, 551331-551342, 551353-551364, 551375-551386, 551390-551401, |
| RIZIV-NOMENCLATUUR | 551154 |
| NON-RIZIV AANREKENING | |
| BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING |
| klinische fiche Hepatitis C AL in Serum |
|---|
Klinisch toepassingsgebied: Het Hepatitis C virus is verantwoordelijk voor de meeste gevallen van non A, non B hepatitis (70%). De overdracht gebeurt voornamelijk via besmet bloed. De aanwezigheid van anti HCV geeft aan dat de patiënt geïnfecteerd werd met Hepatitis C en mogelijk besmettelijk is. Gezien de lange seroconversietijd kunnen tijdens een vroege infectie de antistoffen nog negatief zijn. Een positieve test maakt bovendien geen onderscheid tussen acute, chronische of doorgemaakte HCV-infectie (of eventueel ook een vals positieve test). Daardoor is verdere diagnostiek mbv molecularie testen meestal noodzakelijk. Ongeveer 50% tot 85% van de besmette patiënten ontwikkelt een chronische hepatitis. 5-30% van deze chronische patiënten ontwikkelt een levercirrose waarvan 20% van deze patiënten dan een terminaal levercarcinoom ontwikkelt. De Elecsys anti-HCV II test is een derde generatie test. De test gebruikt peptiden en recombinante proteïnen die HCV-core, NS3 en NS4 antigenen vertegenwoordigen. Interferenties: bij patiënten die hoge doses biotine (>5 mg per dag) innemen, dient de staalafname minstens 8h na de laatste toediening te gebeuren. |