ZAS Labgids - Hepatitis A IgM Antilichamen

Trefwoorden:Hepatitis A IgM AL, HAV IgM, anti-HAV IgM

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Serum
RECIPIËNT Serumgel OKER DOP
ACTIVITEITENCENTRA MI
IN HIX AANVRAAGBAAR JA, standaard
AFNAME-HOEVEELHEID 2,6 ml
ALGEMENE OPMERKINGEN
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL Kamertemperatuur
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS Kamertemperatuur
METHODE Immunochemie (ECLIA)
UITVOERFREQUENTIE Dagelijks
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) 24h
BIJ-AANVRAGEN
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Ja
RIZIV-REGELS CR229: De verstrekkingen 437010-437021 en 551353-551364 mogen onderling niet worden gecumuleerd
RIZIV-NOMENCLATUUR 551353
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche Hepatitis A IgM Antilichamen in Serum
Klinisch toepassingsgebied: Het hepatitis A virus, voor de eerste keer beschreven door Feinstone in 1973, is een RNA virus met een diameter van 27 nm dat tot de Picornaviridae groep behoort. Het virus wordt doorgegeven via de faeco-orale weg. Het wordt uitgescheiden via de stoelgang in het begin van de ziekte. De pathologie heeft een klinische beeld gaande van een ongemerkte infectie tot icterische of anicterische klinische hepatitis en soms tot een fulminante hepatitis, de leeftijd speelt hierin een grote rol. Het is echter niet geassocieerd met chronische leverziekte, noch persisteert het virus in het organisme. Epidemiologische studies hebben aangetoond dat er bepaalde regio’s zijn met een hogere prevalentie, waarin de mate van hygiëne en sanitaire voorzieningen van groot belang blijken. In de geïndustrialiseerde gebieden is er dan ook een lagere prevalentie, maar is er wel een hoger aantal ernstigere vormen van hepatitis. Vaccinatie geeft een lange-termijns bescherming voor hoogrisicogroepen, zoals reizigers naar hoogprevalente gebieden. De bepaling van HAV IgM kan behulpzaam zijn bij de diagnose van acute of recente hepatitis A infecties. Deze antistoffen zijn aantoonbaar op het moment dat de symptomen optreden, en persisteren gewoon een 3 tot 6-tal maanden. In zeldzamere gevallen zijn ze ook langer aantoonbaar. De ontwikkeling van IgM-antistoffen na vaccinatie tegen HAV is echter ongewoon. Interferenties: niet-specifieke IgM-antistoffen kunnen aanleiding geven tot vals verlaagde resultaten van specifiek anti-HAV IgM; bij patiënten die hoge doses biotine (>5 mg per dag) innemen, dient de staalafname minstens 8h na de laatste toediening te gebeuren.

Ga terug