Klinisch toepassingsgebied: Hepatitis B is een groot wereldwijd gezondheidsprobleem met naar schatting meer dan 300 miljoen dragers. Een infectie met het hepatitis B virus kan een breed spectrum van klinische manifestaties opleveren, zowel in de acute als in de chronische ziekte. Epidemiologische studies hebben een duidelijke link kunnen leggen tussen chronische hepatitis B en het ontstaan van levercarcinoom. HBV infecties leveren een reeks van unieke Ag en Al op dewelke een bepaald serologisch patroon opleveren. HBs antigeen is de eerste serologische marker die opduikt bij een infectie van het Hepatitis B virus. De parameter wordt aangevraagd o.a. bij diagnose van HBV infectie, pre-operatieve screening ter bepaling van infectiositeit, prenatale screening ter identificatie van besmette moeders, klinische stagering ter bepaling van chroniciteit,... HBsAg verschijnt gewoonlijk 1 tot 10 weken na de besmetting, en voor het optreden van symptomen of stijging van leverenzymen. Wanneer de infectie spontaan geklaard wordt, verdwijnt HBsAg meestal weer na 4 tot 6 maanden. Blijvende positief HBsAg na 6 maanden impliceert dan ook een chronische infectie (treedt op in <5% van de infecties bij immunocompetente patiënten). Wanneer HBsAg verdwijnt, wordt dit gevolgd door het verschijnen van anti-HBs. MAAR: in sommige patiënten is anti-HBs pas na een window periode van enkele weken tot maanden aantoonbaar, terwijl tijdens diezelfde periode HBsAg niet meer gedetecteerd wordt! Serologische diagnose kan op dat moment gesteld worden mbv anti-HBc IgM. Indien er na een infectie seroconversie optreedt (verdwijnen van HBsAg en verschijnen van anti-HBs) is er sprake van levenslange immuniteit, MAAR kan bij onderdrukking van die immuniteit (bv chemotherapie, beenmergtransplantatie,...) een reactivatie optreden! LET OOK OP!: onder selectieve druk (bv antivirale therapie of eigen immuunresponsen) kan het virus verschillende HBsAg mutanten tot expressie brengen. Sommige mutanten kunnen ervoor zorgen dat HBsAg door bepaalde commerciële assays niet meer gedetecteerd worden. De assay die wij gebruiken is speciaal ontwikkeld om een groot aantal van deze mutanten op te pikken. Interferenties: bij patiënten die hoge doses biotine (>5 mg per dag) innemen, dient de staalafname minstens 8h na de laatste toediening te gebeuren. |