ZAS Labgids - EBV VCA IgM
Trefwoorden:EBV VCA IgM, Epstein-Barr Viral Capsid Antigen IgM
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| STAALTYPE | Serum |
| RECIPIËNT | Serumgel OKER DOP |
| ACTIVITEITENCENTRA | MI |
| IN HIX AANVRAAGBAAR | JA, standaard |
| AFNAME-HOEVEELHEID | 2,6 ml |
| ALGEMENE OPMERKINGEN | Standaard wordt enkel Epstein Barr EBNA IgG uitgevoerd; bij negatief of zwak positief resultaat worden ook nog EBV VCA IgG en IgM uitgevoerd, zie aldaar voor meer info. |
| TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL | Kamertemperatuur |
| TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS | Kamertemperatuur |
| METHODE | Immunochemie (ECLIA) |
| UITVOERFREQUENTIE | 24/24 |
| MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport) | 1 dag |
| BIJ-AANVRAGEN | zie stabiliteit aub |
| ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) | Nee |
| RIZIV-REGELS | CR328: Serologie virussen (betreft volgende nummers: 437010-437021, 437032-437043, 437054-437065, 437076-437080, 437091-437102, 437113-437124, 551154-551165, 551250-551261, 551272-551283, 551316-551320, 551331-551342, 551353-551364, 551375-551386, 551390-551401, |
| RIZIV-NOMENCLATUUR | 551552 |
| NON-RIZIV AANREKENING | |
| BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING |
| klinische fiche EBV VCA IgG/IgM in Serum |
|---|
Epstein-Barr virus (EBV) is het etiologisch agens van infectieuze mononucleose en wordt geassocieerd met Burkitt’s lymfoom, nasofaryngeaal carcinoom. EBV is alomtegenwoordig en er wordt aangenomen dat tegen de volwassen leeftijd 95% van de mensen geïnfecteerd werd. Transmissie gebeurt via orale weg. Infectie op kinderleeftijd is meestal asymptomatisch en tijdens adolescentie/volwassen leeftijd gaat de infectie vaak gepaard met een infectieuze mononucleose (keelpijn, koorts, lymfadenopathie en malaise). Hierbij wordt meestal een lymfocytose waargenomen samen met aanwezigheid van heterofiele antilichamen (positieve monospot) en een typisch EBV serologisch patroon. Negativiteit in heterofiele antilichamen wordt gezien in 10-20% van de volwassenen met een infectie, en dit aandeel is zelfs groter bij infecties op kinderleeftijd. In deze gevallen dient een klinisch vermoeden vergezeld te worden van specifieke EBV serologie. Een primo-infectie gaat gepaard met aanwezigheid van VCA IgM antistoffen (persisteren weken tot mogelijks 3 maanden) en vervolgens een opkomen van de VCA IgG antistoffen (levenslang aanwezig). De EBNA IgG antilichamen zijn tijdens primo-infectie nog negatief en verschijnen pas weken tot maanden na de infectie. Aanwezigheid van EBNA antistoffen wijzen bijgevolg op een oudere, doorgemaakte infectie. Op deze basis wordt de EBV serologische diagnostiek als volgt benaderd: screening met EBNA IgG antilichamen en enkel bij negativiteit hiervan of bij zwakke antistofrespons worden EBV VCA IgG en IgM uitgevoerd. |