ZAS Labgids - Complement factor C3

Trefwoorden:Complementfactor C3

Ga terug

Parameter Waarde
STAALTYPE Serum
RECIPIËNT Serumgel OKER DOP
ACTIVITEITENCENTRA MI
IN HIX AANVRAAGBAAR JA, standaard
AFNAME-HOEVEELHEID 2,6 ml
ALGEMENE OPMERKINGEN
TRANSPORTWIJZE PRIMAIR STAAL
TRANSPORTWIJZE VERZENDING EXTRAMUROS
METHODE
UITVOERFREQUENTIE dagelijks
MAXIMALE ANTWOORDTIJD (excl. Pre-analytisch transport)
BIJ-AANVRAGEN
ONDER ACCREDITATIE (BELAC MED-318) Nee
RIZIV-REGELS
RIZIV-NOMENCLATUUR 541133
NON-RIZIV AANREKENING
BIJKOMENDE OPMERKINGEN AANREKENING
klinische fiche Complement factor C3 in Serum
Klinisch toepassingsgebied: Proteïnen van het complement systeem worden gesynthetiseerd in lever, lymfeklieren en beenmerg. Ze worden geactiveerd in het complement cascade systeem, waarna echte membraanaanval mogelijk is. De immunoglobulinen kunnen complement binden en activeren. Complementfactoren hebben invloed op de histaminerelease en virusneutralisatie en directe tussenkomst in inflammatoire processen. Het complementsysteem met uiteindelijk vorming van het “membrane attack complex”, is een deel van het niet antigeen specifiek immuunverweer. Het kan op 2 manieren geactiveerd worden: de klassieke weg wordt geactiveerd door celgebonden immuuncomplexen en de alternatieve weg door vreemde antilichamen zoals micro-organismen. Complementfactor C3 is een sleuteleiwit in beide reactiewegen. Complementfactor C4 daarentegen behoort enkel tot de klassieke weg van de complement activatie. Complement activatie is geassocieerd met consumptie van factoren C3 en/of C4. Gedaalde serumconcentraties van C3 en C4 komen voor bij actieve systemische lupus erythematosus (SLE), bij vormen van membranoproliferatieve glomerulonefritis en bij immuuncomplex-ziekten (serum ziekten). In geval van SLE geeft de concentratie van de complementfactoren in het serum een beeld van de activiteit van de ziekte. Verlaagde C3 waarden komen voor bij acute glomerulonefritis en bij membranoproliferatieve glomerulonefritis, terwijl geïsoleerde verlaagde waarden van C4 kunnen voorkomen bij erfelijke agioneurotisch oedeem en in gevallen van cryoglobulinemie. Beide complementfactoren reageren als acute fase eiwitten en zijn daarom gestegen bij patiënten met inflammatoire ziekten.
Referentiewaarden: Complement factor C3 in Serum
Detail Referentiewaarde Variabelen Geslacht Leeftijden Opm. Volgorde
Complement factor C3 in Serum 0,9-1,8 g/L Beide 19-99 1
Complement factor C3 in Serum 0,38-1,00 g/L Man 0-5M 2
Complement factor C3 in Serum 0,58-1,19 g/L Man 6-11M 3
Complement factor C3 in Serum 0,58-1,19 g/L Man 1-3Y 4
Complement factor C3 in Serum 0,68-1,27 g/L Man 4-6Y 5
Complement factor C3 in Serum 0,78-1,10 g/L Man 7-9Y 6
Complement factor C3 in Serum 0,75-1,07 g/L Man 10-12Y 7
Complement factor C3 in Serum 0,66-1,34 g/L Man 13-15Y 8
Complement factor C3 in Serum 0,77-1,25 g/L Man 16-18Y 9
Complement factor C3 in Serum 0,39-0,91 g/L Vrouw 0-5M 10
Complement factor C3 in Serum 0,49-1,09 g/L Vrouw 6-11M 11
Complement factor C3 in Serum 0,49-1,10 g/L Vrouw 1-3Y 12
Complement factor C3 in Serum 0,65-1,22 g/L Vrouw 4-6Y 13
Complement factor C3 in Serum 0,70-1,24 g/L Vrouw 7-9Y 14
Complement factor C3 in Serum 0,74-1,27 g/L Vrouw 10-12Y 15
Complement factor C3 in Serum 0,75-1,18 g/L Vrouw 13-15Y 16
Complement factor C3 in Serum 0,62-1,20 g/L Vrouw 16-18Y 17

Ga terug